woensdag 23 april 2008

Jalousie

Marie-Louise speelt een deuntje op de accordeon. Vandaag lijkt het buurmeisje niet in haar gewone doen, haar spel is nukkig en snel. Jantje voelt de nervositeit, zou ze ziek zijn? Misschien heeft hij haar ziek gemaakt met zijn aanhoudend gezeur om muziek. Hij zal ooit nog spijt krijgen van zijn zelfzuchtige verlangens.
Het antwoord komt van de deurbel. Marie-Louise springt op, neemt snel afscheid en rent de kamer uit, de trappen af naar de voordeur. Jantje volgt haar op kousenvoeten. Beneden staat hij plotseling oog in oog met een jongeman in smetteloos grijs kostuum. De man omarmt Marie-Louise. In zijn rechter hand bengelt nonchalant een sigaret.
De jonge kerel bekijkt hem vanuit de hoogte en spreekt op lijzige toon, “Is dat ons Jantje, het muzikantje?” Nog voor Marie-Louise kan antwoorden, grijpt de man haar stevig vast en samen wandelen ze vrolijk het huis uit. Verweesd merkt de kleuter dat ze even later samen wegfietsen in de richting van het oude station. Hij herinnert zich de pijnlijke woorden van zijn vader, “Marie-Louise zal trouwen, ze zal je vergeten, je zult haar nooit meer zien”. De vader heeft gelijk, zijn vriendinnetje verlaat hem, ondanks de mooie woorden van haar nachtelijke verschijning. (zie: De Verschijning)

Jantje houdt van muziek, maar bovenal bewondert hij de schoonheid van Marie-Louise: haar donkere ogen en haar bruine krullende langs een blanke hals. Keer op keer straalt haar glimlach als de zon na een regenbui. Soms trekt ze de kleine Jan af en toe speels op haar schoot. Dan wendt de peuter vaak voor dat hij onhandig is en glijdt met angstige kreetjes vol pret op de grond. Vervolgens kan hij terug op haar knieën klimmen, waarbij hij terloops haar been betast. Haar gladde benen, haar mooie gelaat en wat haar rok verbergt, fascineren hem. Meisjes hebben daar niets, beweert zijn moeder, doch de kleine vermoedt geborgen genoegens. Telkens weert Marie-Louise zijn handjes af, meestal giechelend, soms vermanend. Geen nood, Jantje blijft steeds beleefd, hij dringt nooit aan wanneer hij een standje krijgt.
’s Avonds in zijn kinderbedje, wanneer hij zich zelf beroert, de oren gespitst op het gevaar van een insluipende moeder, denkt hij vaak aan zijn vriendinnetje. Onder een tafel bouwen ze met dekens en handdoeken een knus tentje. Daar spelen ze doktertje en betasten elkaar. De warmte van hun lichamen en de avontuurlijke zoektocht naar heimelijke plekjes leiden beiden naar de hoogste staat van opwinding. Maar in zijn bedje kan hij slechts het eigen lichaam verkennen. Moe maar eenzaam valt hij steevast in een onrustige slaap.

Wat zou die kerel nu met zijn Marie-Louise uitspoken? Zonder veel omhaal rent Jantje naar huis, zoekt zijn kleine blauwe fietsje met dikke banden en koerst vervolgens richting oud station. Bij de bosjes aan de spoorwegberm herkent hij de neergegooide rijwielen. Zorgvuldig plaatst hij zijn fiets tegen een boom en speurt de omgeving af. Algauw ontwaart hij twee lichamen onder het struikgewas. Een schok trekt door hem heen. Die lompe kerel ligt boven op Marie-Louise!. Gelukkig hebben beiden hun kleren nog aan. Maar de twee kussen elkaar. Ze kussen elkaar op de mond. Toch blijft het bij kussen, stelt hij tot zijn geruststelling vast. Misschien mag ook deze vriend haar versluierd mysterie niet benaderen.
Plots merkt de man het spiedende kind op, “Verdomme, wat zullen we nou hebben, een kleine glurende smeerlap!” De vreselijke kerel wrikt zich omhoog, de vuisten gebald, zijn ogen spuwen vuur.
“Laat hem toch, het is nog maar een kind”, roept Marie-Louise vertwijfeld en ze grijpt de wildeman bij zijn broekspijp.
De man aarzelt eerst, zet dan de handen in zijn zij en begint te lachen. Hij lacht uitzinnig. Met een gemene grijns om de mond lacht hij Jantje vierkant uit, “Dag ventje, heb je alles kunnen zien? Spijtig dat je nog zo klein en stom bent om het te begrijpen, niet? Ha, ha ,ha!”
Men behoeft geen woorden noch diep nadenken om een situatie in te schatten. Al noemt men hem een kind, Jantje weet dat deze pummel en Marie-Louise elkaar slechts kusten. Zich verstoppen om te kussen, waar is dat nu voor nodig? Zou het mogelijk zijn dat die grote vlegel nog geen weet heeft van geheime plekjes bij meisjes? Jantje zou wel weten wat aan te vangen met Marie-Louise. Kennis is macht, de peuter is vastbesloten de boerenpummel te treffen waar het pijn doet. Waar eerst vernedering en angst heersten, groet nu haat. En haat doorstroomt Jantje met gekende kracht. Onverwachts en met een vlijmscherp spottende stem sneert hij de grote lummel recht in zijn gezicht, “Sukkelaar, je verbergt je om haar slechts te kussen. Maar kussen alleen volstaat niet. Nee, hier moet je voelen, hier is het belangrijk, hier is het pas echt lekker!” De peuter schrikt van zijn eigen stem.
De lach van de man bevriest. Marie-Louise kijkt hem met grote verschrikte ogen aan, ze wil iets zeggen maar door haar half open gesperde mond gluurt slechts een gapende leegte. Beide volwassenen staren ontzet naar een peuter die schaamteloos en brutaal in eigen kruis staat te graaien.
Zoals algemeen gekend, wonderen en de verbazing die ze opwekken vermogen de wereld weliswaar een ogenblik tot stilstand brengen, een langduriger respijt is niemand vergund. Enige seconden later vlucht Jantje reeds de stuiken uit, achterna gezeten door een razende man. In doodsangst grijpt hij zijn fietsje. Geen stoeprand te hoog, geen straatkei te scherp, trappend als een gek op de veel te korte pedaaltjes ontsnapt hij ternauwernood aan grote klauwende handen. De verwensingen en het gevloek van de opgedirkte boerenpummel weergalmen nog lang na in een uitgestorven zondagse straat.

5 opmerkingen:

סוזט ממן zei

Oh my God! I can only believe it was all real because I myself made hundreds of colossal unbelievable mistakes in my life.
All of my sympathy, Jan.

frater Bernardus zei

Thanks, in short time I will write another story about her marriage. A never saw her back after. A few years ago I learned she died not long ago. I went to visit her tiny grave.

סוזט ממן zei

How old was she when she died? Do you know? And how did you come across this information?

frater Bernardus zei

An aunt told me, that the husband died a few years ago and a year after she died too. The aunt gave me the name of the undertaker and there I asked for a funeral card (again, I cannot find it right now). She died not even 70 years old. They both were burned and put in a tiny grave with their pictures on it. The man was not a bad guy.

Anoniem zei

Jan,
This is off topic, but I want to thank you for your comment on my weblog, and for including me in your blog roll. I appreciate.