Bedtijd, tante Jeanne klapt in de handen. Haar drie zoontjes komen sloom aan gedrenteld. Patrick, de oudste, wacht gehoorzaam naast zijn mama op verdere orders. De volgende in rang, Peter, verbergt grijnzend een autootje onder zijn trui en Bart, de jongste, sleept een trits voorwerpen met zich mee. Zoals gewoonlijk laat deze snotaap een spoor van puin achter. Jantje bekijkt het tafereel. Hij houdt van de gemoedelijke wanorde in het huis van tante Jeanne, en de rustige maar schalkse Peter is zijn beste vriend.
Met gespeeld misbaar raapt de vrouw de rotzooi op, neemt het steevast verdoken speelgoed van Peter af en gooit al die voorwerpen in een mand. Dan leidt ze de kinderen een smalle trap op. Bart wordt ondergestopt in een klein bedje in de naaikamer, naast de ouderlijke slaapkamer. Peter en Patrick slapen in de grote kamer aan het eind van de gang, waar zich ook een bed voor de gast bevindt. Bij tante Jeanne logeren vele gasten. Jantje krijgt vandaag deze slaapplaats toegewezen.
“Jullie mogen nog wat spelen, maar na een kwartiertje kom ik het licht uitdoen ”, tante Jeanne zet de deur op een kier, loopt de gang door en daalt de krakende trap af.
Patrick graait wat oude stripverhalen bijeen om in bed te lezen en gaat liggen. Peter glundert naar Jan en gooit opeens plagerig een hoofdkussen naar zijn ernstige broer. De boekjes vallen op de grond. Geërgerd springt Patrick uit bed en klopt met het kussen op het gezicht van zijn plaaggeest. Peter slaakt een gil, laat zich uit bed glijden en zoekt bescherming in het bed van Jan. Jan gooit met een beschermend gebaar de beddensprei over zijn vriend en zet zich schrap. De woedende Patrick probeert uit alle macht de sprei weg te ritsen, maar Jan laat niet los. Geduw en getrek. In het tumult ziet Peter zijn kans schoon, hij kruipt vanonder het deken en valt zijn broer langs achteren aan met de kussensloop. Ook Jan slaat nu met een kussen naar Patrick. Van twee kanten bestookt, moet deze zich terugtrekken en hij verschanst zich op zijn bed. Dol van de vreugde rent Peter rond, maar Patrick haalt opnieuw uit en treft hem tussen de benen. Peter struikelt en ploft op bed. Uitzinnig veert hij terug op en gooit beddengoed naar Patrick. Peter vlucht, de jongens rennen achter elkaar aan. Ze razen tussen en over de bedden, kussens en dekens vliegen in het rond. Uitgeput laten ze zich na een tijdje op de matrassen neervallen. Met een laatste inspanning, alsof ze hun krachten willen bezweren, wippen de kleuters nu op en neer in hun bedjes. Ze dagen elkaar uit, om steeds hoger te reiken, tot aan het witgekalkte plafond toe.
Plots gaat het licht uit! Iemand heeft de schakelaar geraakt. Met een gesmoorde lach laten ze zich neervallen en staren in de duisternis. De gordijnen aan het raam hangen half opzijgeschoven, in een vaal maanlicht wiegen schaduwen en naderen vreemde vormen. Het bos, naast het ouderlijk huis, waar boze boswachters en nog bozere geesten ronddwalen, gluurt door het venster naar binnen. Takken tikken klauwend tegen de ruit.
“Spoken”, gilt Peter en ijlings duiken de kinderen onder hun dekens. Een voet steek uit, een gil! Een schreeuw. Een kreet. Ze roepens van angst en opwinding. Het lawaai schenkt hen moed en als bezetenen beginnen ze te krijsen en te tieren tot ze in een ijselijk gelach uitbarsten.
De deur zwaait open, de kamer baadt in hel licht. Tante Jeanne loopt rustig tussen de bedden door naar het raam, trekt het gordijn dicht en draagt ieder op om zijn bed te fatsoeneren. Het werk kalmeer de peuters en na enige ogenblikken liggen ze hijgerig in hun opgemaakte bedjes.
“En nu ga ik het licht uitknippen en dan gaan we allemaal lekker slapen,”. de vrouw buigt naar Patrick, duwt haar duim op zijn voorhoofd en stapt dan naar Peter, waar ze hetzelfde ritueel uitvoert. Een kruisje, tante geeft haar kinderen een kruisje. Een kruisje op je voorhoofd beschermt je tijdens de nacht, wanneer vader en moeder slapen. Het kruisteken beschermt je als je eenzaam en alleen de nacht in moet. Vol ontzag aanschouwt kleine Jan dit gebaar van overgave en vertrouwen. Tante erkent haar beperkte macht en stelt haar kroost onder de hoede van een krachtig teken.
Tante Jeanne nadert en verwachtingsvol heft Jantje het hoofd, maar tante loopt voorbij. Met een bedeesd stemmetje smeekt hij, “Tante, mag ik ook een kruisje?”
Lachend keert ze zich naar hem om, “Nee, dat mag je niet, want jullie zijn niet gelovig. Je ouders zouden kwaad worden als ik je een kruisje geef”.
“Maar je krijgt wel een kusje,” en zacht raken haar lippen zijn voorhoofd.
Wanneer het licht uitgaat en de deur sluit, weet Jan, een kus biedt geen bescherming, een kus is slechts een troostprijs.
KARMA
7 jaar geleden

1 opmerking:
Wow! Very moving. This was a wonderful chapter. Atheist as a turned to be I do cherish the memory of a certain night pray that gave me the safety feeling I badly needed as a kid.
You are a wonderful writer!
Een reactie posten