“Vechten!”, beveelt de sergeant. Twee mannen worden de boksring ingedreven. Een sportieve jongeling bekijkt zijn tegenstander: het is zijn beste vriend… Hij aarzelt. De drilsergeant herhaalt het bevel.
Onwennig halen beide mannen naar elkaar uit. De een slaat, de ander ontwijkt, lacherig en niet zonder enige sier. De verzamelde compagnie moedigt hen joelend aan. Na een paar minuten is het voor iedereen duidelijk, de magere vriend is niet opgewassen tegen de lange sportieve kerel.
“Ophouden!”, schreeuwt de sergeant. Hij stuurt de verliezer de ring uit en komt naast de winnaar staan.
“Noem je dat vechten?” vraagt de drilmeester.
“Een ware soldaat maakt de vijand af. Ik gaf je het bevel, maar je vocht als een mietje.” Hij trekt een paar bokshandschoenen aan.
“Maar hij is mijn beste vriend”, probeert de sportieve jongen.
“Een elitesoldaat kent geen vrienden, een elitesoldaat gehoorzaamt bevelen. Is dat begrepen, soldaat!”, staalhard kijkt hij de rekruut aan.“Ik zal je leren hoe een soldaat vecht!”
Hij slaat zijn vuisten, “Boks!”
De sergeant is klein van stuk, de jonge soldaat schat zijn voordeel in en slaat als eerste toe. Een rechtse schijnbeweging gevolgd door een lepe linkse uithaal, afgekeken van bokswedstrijden in het sportlokaal van zijn geboortestad. Op straat kon menig opdondertje reeds kennismaken met deze tactiek. Maar dit is de straat niet, hier staat een beroeps. Behendig buigt de sergeant achterwaarts. Een vuist hakt in het ijle, de aanvaller is een seconde uit evenwicht. Als een katapult stoot de overste met zijn rechter vuist vooruit. Hij treft de tegenstander vol in het gezicht. Voor deze beseft wat hem overkomt, klapt hij dicht door een linker mokerslag in de maag. Een rechtse slag onder de kin verlegt opnieuw het zwaartepunt. Bloed sijpelt uit mond en neus van de jonge soldaat. De sergeant lijkt te dansen. Met een paar verassend zachte plaagstootjes schijnt de wedstrijd te worden besloten. De vernedering voor de rekruut is totaal, hij huilt van woede en pijn.
Doch er volgt geen respijt. Een massieve vuistslag velt de ongelukkige. Half bewusteloos rolt hij als een afgemaakt dier over de grond. Bloed en tranen vermengen met vuil, een menselijk gezicht verwordt tot een bespottelijk bruin masker. Minachtend schopt de sergeant het hoopje mens als een dweil voor zich uit. Het is stil in de sportzaal van de kazerne. Doodstil.
“Voorstelling afgelopen! Binnen 15 minuten appel!” roept de drilmeester.“En dat geldt ook voor jou, soldaat!”
De gewonde wordt naar de kamer gesleept. Zijn kameraden lappen hem zo goed en zo kwaad als mogelijk op. Ze weten dat voor elke afwezige soldaat de ganse compagnie wordt afgestraft.
Op het exercitieplein staat een man. Een man, bont en blauw geslagen, maar een echte man, het devies van de elitesoldaat voor eens en altijd in het hart gebrand: ontvang en schenk de dood.
Thuis wacht zijn meisje.
KARMA
7 jaar geleden

4 opmerkingen:
In the last four sentebces you meant whom exactly, the beaten or the trainer?
In general it is rather repulsive. I don't know, maybe I couldn't care just dying. I wonder If someone that is not interested in killing is allowed to bring children to the worl. If I had to physically fight to save their lives I wouldn't be very effective. Does this make me a potentially bad mother?
Thanks for the comment --I always fear to make mistakes – I made a correction.
Why do think that if you lose a battle you would be a bad mother. A lot of good people are slaughtered. Even a child knows the intention, I suppose.
I would simply shoot the trainer right between the eyes, in the first possible opportunity and just go back to normal. Such an experience would never turn me to a soldier, but to a one time murderer (of that monstrous psycho).
As to kids, probably I'm getting used to compromise on my own behalf, but never on their's and therefor I am sparring them ahead in time the experience of being slaghtered by anyone I cannot fight.
with
Een reactie posten