vrijdag 7 maart 2008

De vervolmaking

Na een eenvoudige doch voedzame maaltijd begeleidt moeder de kleine Jan naar zijn slaapkamer. Het bedje bevindt zich in een ruime zolderkamer vol duistere hoeken en enge geluiden. De zorgzame moeder plaatst een warmwaterkruik tussen de lakens en geeft hem de nachtkus. Het kind wordt behoorlijk gevoed en verwarmd. Weinig kleuters genieten een dergelijke voorkeurbehandeling, verzekert zij hem herhaaldelijk. Maar kinderangsten zijn slechts inbeelding en voor verbeelding hebben grote mensen geen tijd.
Met de voetjes stevig tegen de kruik gedrukt ontspant zijn lichaam. Tevreden draait hij op een zij en trekt de dekens hoog. Met één oog bespiedt hij de schaduwen in het halfduister van de mansarde. Soms bewegen die spookachtige gedaantes, dan trekt hij snel het deken over zijn hoofd tot hij bijna stikt. Wanneer de nood het grootst wordt, tast hij naar een klein stokje, dat hij onder zijn matras verborgen houdt, zijn dolk! Het kleinood dat hem beschermt moet geheim blijven, want het is Jantje niet toegestaan een voorwerp het zijne te noemen. Knuffels en wapens zijn verboden. De nieuwe mens kent geen persoonlijk bezit. Sterft, gij oude gedachten en vormen! Zijn speelgoed is gemeengoed en dus van iedereen.
Het verboden wapen schenkt hem kracht. Voorzichtig plooit hij zijn deken op een kier en vervolgens zuigt hij gulzig de binnenstromende frisse lucht op. Met het mes stevig in zijn vuist piept hij naar buiten. Laat de spoken nu maar dansen en rammelen.
Zoals gewoonlijk voor de slaap, mijmert hij over de gebeurtenissen van de dag. Hij zoekt naar verborgen boodschappen, want hij beseft, opvoeden is geen geringe zaak. Zijn jonge geest kan de massale hoeveelheid van elkaar vaak tegensprekende bevelen, opdrachten en bedoelingen nog niet plaatsen, maar dat komt wel.

Vorige week heeft hij immers een nieuwe ervaring opgedaan. De onverwacht harde en herhaalde klappen van vader veroorzaakten toen minder pijn dan de voorgaande doordeweekse afranselingen. Bovendien, daar op de grond neergeslagen, ervoer hij een vreemde rust. Deze twee merkwaardige vaststellingen bezorgden hem een prettig vooruitzicht. Na maandenlange vergeefse pogingen om uit te vissen hoe men de urenlange preken, de ondervragingen, de straffen en het pak slaag kon ontlopen, kwam hem nu zowaar een oplossing in de schoot gevallen. De pijn moest niet vermeden worden, nee, de pijn moest verhevigd worden. De uitgang naar de verhoopte plaats van rust en vrede, bevond zich noch op de terugweg, noch op een zijweg, maar op de weg dwars door de hel. Volhouden en verder gaan was dus de boodschap. Jan leerde elke dag bij.

Vandaag zag hij zijn kans. Een onbenullig voorval wekte zoals gewoonlijk de argwaan van zijn moeder. Vader werd erbij gesleurd en de vertrouwde procedure kon starten. Omzichtig hield hij het gedrag van de man in de gaten. Hij verbeet de pijn van het slaan en onderging gelaten de vernedering van de woorden. Nu eens gaf hij toe, dan weer en trok hij zich terug, als een volleerd hengelaar die het aas uitgooit. Al was nu hij zowel visser als aas, zijn verwachte buit was niets minder dan de hemelse zaligheid. Zijn spel verleidde de vader tot herhaaldelijke en heviger klappen; langzaam trad de pijnloze rust in. Zijn verhitte kaken verhardden en de striemende klappen verzandden tot doffe niet onaangename dreunen. Veerkrachtig incasseerde hij het geweld als riet tijdens een onweer. Zachtjes wiegde zijn hoofd op het ritme van de natuurkracht. Gevoelloos en in rust, de bestemming was bereikt. Hij zweefde. Maar het paradijs schonk hem een nog groter genot. Nauwelijks merkbaar borrelde een vreemde gloed rond zijn voeten. Terwijl zijn tenen in de vloer schenen te haken, kriebelde er iets in zijn buik. Een kalm vuur steeg op door zijn borst en prikkelde zijn keel. Achterop zijn hoofd barste een kleine vulkaan van licht. Badend in een weldadige schittering staarde Jan kalm maar krachtig voor zich uit. De doordringende blik van het kind bracht de vader van zijn stuk. Een wanhopige razernij maakte zich van de man meester, een klap, nog een klap, een nog hardere klap volgde, en nog één - het slaan leek het kind niet meer te deren - en … en plots vloog de vader weg!
De man gleed achterwaarts de kamer door. De vloer onder Jan bewoog en verhief zich, de muren bolden op, het plafond trok samen en in een vloeiende beweging werd de kamer vertekend tot een lunapark met lachspiegels. Vader schoof weg naar een luwte in de vloer. Hoewel de kamer lang en hoog vervormde, kon Jan het plafond aanraken. Jan was een reus geworden! Hij huiverde. Naast hem leek zijn vader wel een dwerg. Bespottelijk, ja dat was het juiste woord, een bespottelijke dwerg . Vooral omdat deze kabouter het nog aandurfde naar hem uit te halen. Als een iele kever bleef het figuurtje met zijn broze pootjes in zijn richting malen. Een golf van minachting overspoelde Jan; met een vingerknip zou hij dit nietige insect verpletterd hebben. Zoveel macht had het kind nog nooit ervaren. Wat moet je doen als je almachtig bent? De kleuter wist zich geen raad. Ook het miserabele mannetje aan de andere kant van de kamer leek nu stilgevallen. Hij scharrelde hulpeloos rond in zijn afgrond. Jan kon zich niet langer beheersen. De verwarring van een komische almacht werd hem teveel en bij barste in lachen uit. Hij lachte! Hij lachte als nooit tevoren. De tranen liepen over zijn gevoelloze wangen. Hij brulde nog steeds toen zijn ouders verbaasd over hem heen gebogen stonden.
Schokkend kwam hij tot bedaren in de armen van zijn moeder.
Hij hoorde de ouders praten “Huilt hij nu of lacht hij?”.
Hij werd op een stoel gezet.
Hij zal toch niet krankzinnig worden? vroeg iemand
Dat hij eens durft, antwoordde de ander.

Nu ligt hij in zijn bed. Het gaat de goede kant op, besluit Jan. Volhouden. Hij begint de geheimen van de volwassenen te doorgronden. Alle inspanningen van de mensheid draaien om opleiding, de harde opleiding en de beloftes. De beloftevolle toekomst vol groots geluk en onmetelijke macht. En morgen wordt het nog beter. Behaaglijk draait hij zich.
Als een geest uit het schaduwrijk bespringt hem opeens een venijnige twijfel. Weten zijn ouders wel wat er met hem gebeurd? Hij vertrouwt erop dat ze met kennis van zaken handelen, al is hij daar om de een of andere reden niet meer helemaal zeker van. Zijn lakens voelen klam aan.
Hij durft zich niet meer om te keren en valt uitgeput in slaap.

3 opmerkingen:

סוזט ממן zei

Amazing. How can you remember it all in detail?
There's something disturbing though in this description, or maybe I know still too little, or maybe your grandmother and neighbor really saved your life. I recall Hitler's childhood (and Stalin's and Ceausescu's, as they are portraied in Alice Miller's writing and I ecpect you to be a mass murderer. I guess you're not ;))

frater Bernardus zei

After writing that post, I thought about Hitler too. Maybe a kind of answer will follow in next posts. (I tested the relative accuracy of my memory a time ago with my late aunt Alice; my memory turned out to very accurate, even to my own surprise)
Your mass murderer at your service
;).

סוזט ממן zei

That's very useful, I really have a very long list. Seriously. But I'll derive no satisfaction from giving the job to anyone else. Revenge or justice is something you have to do on your own.