zondag 9 maart 2008

Heilige kindsheid (1938) De moeder ervaart.

Het weesmeisje loopt snel door. De afstand van haar thuis naar de kerk is slechts een paar honderd meter maar onder het gejoel van de dorpsjeugd lijkt het wel een eindeloze nachtmerrie. De opgeschoten boerenkinkels hebben een afkeer van vreemd volk. Vooral het goed geklede weeskind is een aanmatigende indringer. Vette aardkluiten spatten onder boe geroep uiteen op de bolle kasseiweg.
De pastoor heeft het meisje bij zich geroepen voor godsdienstonderricht als voorbereiding op haar plechtige communie. Met haar missaal stevig in de hand klopt ze aan bij de pastorie. Minzaam leidt de zwartgerokte man haar naar binnen en sluit de deur. De meid is afwezig. Het kind krijgt een plaats toegewezen aan de zware eettafel. De man neemt een liniaal in de hand en steekt van wal. Hij spreekt over zonden en beloften, verleidingen en gehoorzaamheid, duivelse straffen en goddelijke beloningen. Driftig loopt de priester heen en weer, zijn woorden en gebaren maken een heftige indruk. Na een uur zijn beiden aan een rustpauze toe.
De pastoor neemt een kop koffie en biedt zijn pupil een glaasje limonade aan. Uit een aarden kruik giet hij een scheut jenever in zijn dampende mok. “Mijn medicijn”, grijnst hij.
Een grote staande klok tikt de tijd weg in de drukkende stilte. Onder het genot van zijn drankje kijkt de grote man haar onderzoekend aan en spreekt met slurpende stem,”Geloof is vertrouwen, mijn kind. Zonder vertrouwen is er geen geloof en zonder geloof is er geen genade”.
Het meisje doet moeite deze wijsheid naar waarde te schatten en fronst haar wenkbrauwen.
“Kom eens hier, kind. Ik zie dat je het niet begrijpt. Kom, ik zal het je aanschouwelijk uitleggen,” fleemt de man.
Met enige tegenzin staat het meisje op, loopt om de tafel heen en kruipt op de aangeboden priesterlijke schoot. Hij helpt haar. Hij ruikt naar mottenballen. Een vertrouwde geur.
Zijn verhaal over de maagd Maria en de hemelse bezoeking en de brave Jozef klinkt haar weliswaar bekend in de oren, minder bekend zijn de strelingen door zachte handen. Stiefvader en stiefmoeder hebben ruwe handen, maar zij strelen haar nooit. Handen zijn bedoeld om te werken.
Hij verkent haar krullige haren, glijdt over haar armen heen en kneedt haar vingerkootjes. Vervolgens knijpt hij speels in haar knietje, het kietelt en ze lacht verlegen in haar verwarring.
Dan vervolgt hij met een verhaal over de goede daden van Sint-Maarten. De heilige te paard schonk de helft van zijn mantel aan de armen. “Heb je al op een paardje gereden?” vraagt hij terloops.
Zonder haar antwoord af te wachten, zet hij het kind op zijn dijbeen en slaat de priesterrok om haar heen, “En zo kleedde hij de arme kindjes” lacht hij en roept, “En nu rijden maar, hop paardje hop!”.
Met een arm houdt hij haar stevig vast, ze kan nauwelijks door de kier in het kleed kijken. Het been onder haar begint te huppelen. Eerst is het leuk maar spoedig wordt de beknelling onaangenaam. De man laat niet los, integendeel. Hij klampt zich tegen haar aan, het paard draaft als een razende. Alles schudt en schokt. Ze wordt misselijk van het gestamp en een weeë zweetgeur bevangt haar.
Plots valt het hijgend paard stil. De priester lijkt uitgeput. Met een ruw gebaar trekt hij zijn rok van haar af en gebiedt haar terug naar haar plaats. Ze duizelt en stapt onzeker van zijn schoot af. Hij grijpt haar onder de oksel, trekt haar recht en sleurt haar op de stoel.
Hij beveelt haar te bidden,“We moeten bidden voor onze zonden.”
Hij schreeuwt,”Satan is overal!”
Het meisje is te verbijsterd om snel te reageren.
“Ook jij! Weeskind. Duivelskind met je mooie ogen en je schone haren. Bidt voor je zonden, ook in jou zit een duivel!” Hij duwt haar hoofd omlaag.
Met een rood aangelopen gezicht sloft hij terug naar zijn stoel.
Met handen op tafel gevouwen bidden ze. Haastig, hakkelend, roepend, alsof de helleput op het punt staat de gehele gemeente te verzwelgen.
Na de exercitie slaat de priester het gebedenboek met een harde kap dicht.
“En nu naar huis en beloof je mond te houden over deze lessen, want die lessen zijn van God zelf. Breek je belofte en de duivel komt je halen!” Hij bekijkt haar vanuit de hoogte.
“Volgende week terug. Stipt op hetzelfde uur!” voegt hij er bars aan toe.
Op de terugweg naar de stiefmoederlijke woning roepen een paar kinderen haar smalend na, “Hop Paardje hop!”

4 opmerkingen:

סוזט ממן zei

For some reason, maybe in order to delay an overwhelming gevoel van afschuw, I try to get into your mind. Suddenly it is important for me to know what's real and what's fiction in your story. It's too real. I can't believe your mother gave you such a detailed report. You're not a girl. Or maybe you where sexually abused and it doesn't matter what your sex is, the memory of feeling probably is the same.
Anyway, this is all very disturbing and very real (or am I easy to be swept into stories).

frater Bernardus zei

Again, you surprise me. You are a very keen and smart observer.
I have to admit that the stories about the childhood of the father and the mother, as they are told and shall be told in ‘De heilige kindsheid’ and ‘De Elitesoldaat’, are composed from fragments. It is as if you posses a lot of tiny pieces from an old mosaic and you try to make sense of the overall picture. Like in some Americans TV series, I could state: the story is based on true facts. Of course personal experiences play a role, as you will see in the next episodes.

סוזט ממן zei

Well, you do make a very coherent story. I would consider the emotional impact over me as a success. And both my appreciation to your preciseness; the children at the end where surprising but the surprise didn't take over the story, I find it impressive.
So you're a winner when it comes to writing. Why don't you actively let others read this stuff. I fear my recognition is far too little from what you really do deserve to get.

frater Bernardus zei

Your attention please me more than thousand anonymous readers.