De hond spurt rond de tafel, rent de keuken door en verdwijnt in het openstaande deurgat naar de tuin. Verwoed schudt het dier zijn kop, in de kwijlende muil wappert een schoentje. Met opwonden kreetjes achtervolgt Jantje het beest. Nabij de haard houdt moeder haar zoon staande, “Laat de hond spelen, Jan!”.
Lachend protesteert de kleine, hij wil zijn schoen terug.
“Je hebt schoenen genoeg!” verklaart de moeder, “Neem een ander paar.”
Beteuterd kijkt het kind naar zijn kousenvoeten.
“Waarom ben je toch zo egoïstisch”, smeekt ze, “waarom wil je altijd alles voor jezelf houden. Gun een ander ook eens een pleziertje. Het leven is al ellendig genoeg.”
Moeder spreekt met een vertrouwde treurige stem. Dan slaat ze de armen om hem heen en drukt de peuter stevig tegen zich aan. Jantje voelt het gedempte snikken. Moeder heeft haar dagje niet, moeder heeft vertroosting nodig. Met zijn korte armpjes omvat hij haar schoot. Nog heviger klampt ze zich jammerend aan hem vast. De kleine krijgt het benauwd. Hij wil afhaken maar de moeder lost niet. Spartelend ontsnapt hij tenslotte aan haar greep.
“Stoute jongen, waarom wil je altijd weg?” Teleurgesteld en met tranen in de ogen kijkt ze het verschrikte kind aan.
Vervolgens knielt ze op één been en streelt zijn wang, “Vergeef mij, jongen, ik zie je zo graag. Ik ben niet boos op je”. Een flauwe glimlach kleurt haar gezicht.
De zoon reageert niet snel genoeg op de verzoenende houding. Opnieuw kijkt ze hem strak aan, “Waarom ben je toch zo koppig? Wees eens vriendelijk en lach naar mij.”
Het kind probeert een grimas.
“Het is al goed, ga maar spelen en trek je schoenen aan”, misnoegd keert ze naar haar fornuis terug.
’s Avonds naast zijn bedje huilt de moeder om de ellende van de wereld in het algemeen, en de ellende van het huishouden in het bijzonder. Tot overmaat van de ramp, waren vandaag de patatten aangebrand; vader kon daar niet om lachen en zette het kot op stelten. In de tuin deden de hond, de katten en een vlucht vogels zich tegoed aan de uitgekieperde feestdis.
De vrouw buigt nu over het bedje, werpt zich snikkend op haar kind en kust zijn wangen met vurige wanhoop. Heden is de ellende groot. Alle bronnen van vertroosting moeten worden aangeboord.
“Mama!”, roept het kind met verstikte stem vanonder de beklemmende omhelzing.
De vrouw richt zich verbaasd op.
Plechtig als een dorpsnotabele vervolgt hij, “Mama. Het leven is meer dan ellende. Het leven schenkt ook vreugde. Het leven kan ook goed zijn.”
Het kind lijkt zichzelf aan te bieden. Haar tranende ogen kijken hem hoopvol aan.
“Ik weet waar het goed is, mama. Hier is het goed. Hier is alles goed”. Het kind nestelt zich onder de dekens. “Ik zal het je tonen, mama …”
“Wat bedoel je?” vraagt ze nieuwsgierig. Haar lippen toveren en tedere glimlach. Ze heft het deken op, “En wat doe je daar?”
Trots wedijvert met schroom, de hulpvaardigheid overwint.
“Kijk, mama …”, het ventje tast nu omzichtig onder zijn pyjamabroek.
Glimlachend staart de moeder naar de aangewezen plek.
“En hoe doe je dat dan?” Ze lijkt geïnteresseerd. Opgelucht vat de peuter moed.
“Zo ongeveer,” en hij wrijft zachtjes zijn hand heen en weer.
…
Opeens voelt het kind zich koud, naakt en eenzaam op het bed. Verontrust zoekt hij naar de vertrouwde oogopslag van zijn moeder. Maar hij ontwaart slechts het masker van afgrijzen. De kille ontzetting in haar blik treft hem ijskoud en hard in zijn buik. Ze laat het deken los, dat nauwelijks zijn voetjes bedekt.
Met opengesperde mond, versteend in een holle schreeuw, slaat ze de armen ten hemel. Ze keert zich van het kind af, klapt eenmaal luid in de handen en stapt dan met afgemeten tred de kamer uit.
Jantje zal nooit de woorden vergeten en de stem, de grenzeloze ontreddering en de diepe wanhoop in de gesmoorde kreet: “Mijn God! Het is begonnen!”
Alleen, onbedekt en badend in het volle licht van de helle kamerlamp, ligt de peuter gelaten te wachten op wat komen zal. Hij hoopt op het verhullende duister van de nacht.
KARMA
7 jaar geleden

3 opmerkingen:
Condolences...
Like you, in the end I lost...
You know, drugs can be wonderful, sometimes they can win for us. Sure, one can join forces with psychotherapy.
Een reactie posten