Er was eens een boy scout op kamp in de Vlaamse Ardennen. De jongen, laten we hem Jan noemen – jongens in een verhaal heten altijd Jan – beleefde de tijd van zijn leven: krijgertje spelen met zijn kameraden of spoorzoeken in het bos, ’s avonds bij het kampvuur hete soep slurpen en zingen naar de ondergaande zon, in bed nog nagenieten van de schuine moppen van de opgeschoten leiders.
Het blijft een Belgische zomer, algauw schoven zware wolken boven het zinderende bos. Urenlang spatte de regen op de ruiten van de kantine. Lusteloos lazen de jongens een boek of ergerden zich aan een gezelschapsspel. Een opstootje trok even de aandacht, doch algauw keerde de drukkende rust in het lokaal terug. Bij Jan echter verstoorde die kleine rimpeling de verhaallijn van zijn boek. Hij stond op en ging op onderzoek. De oorzaak van het rumoer was snel gevonden, een jongen had snoepjes uitgedeeld. Een paar kereltjes vertelden hem smakkend en kauwend dat deze jongen heel mooi kon tekenen, dat hij af en toe tekende en dat zijn tekeningen in de smaak vielen bij de leiders, dat hij een hele zak snoep kreeg in ruil voor een tekening en dat hem soms geld werd toegestopt!
Jan nu herinnerde zich een leraar op school die hem ooit had geprezen voor zijn tekentalent. Een talent dat door zijn ouders werd afgewezen als een gevaarlijke vorm van hoogmoed of waanzin en dus verboden.
Maar wat kunnen ouders inbrengen tegen snoepgoed, geld en aanzien van kameraden en lofbetuigingen van hooggeplaatste leiders? Jan zocht papier en kleurpotloden, nam plaats aan een vrijstaand tafeltje en tekende. Hij tekende bomen, kampvuren, vlaggenstokken, de gehele barakstad, dat het een lieve lust was. Hij hoorde noch het gerinkel van de bel voor het avondmaal, noch de eerste aanmaning van de zaaloudste. Een zware hand op zijn schouder trok hem uit zijn roes.
“Moet jij niet komen eten? Wat doe je daar? Geef dat eens hier!”. Het was Shere Khan! Deze leider was niet de meest geliefde figuur van het kamp. Het duurde daarom even voor Jan zich herpakte en antwoordde, “Leider, ik teken. Mag ik je deze tekening aanbieden?” Jan keek daarbij alsof hij zopas op de hoorn des overvloeds had geblazen en kreeg zowaar een rode kleur.
Shere Khan lachte, “Dank je wel, jongen, dat is een heel mooie tekening, heel bijzonder”. Toen grijnsde hij en vervolgde, “Vanaf nu ben je mijn officiële tekenaar voor de rest van het kamp. Elke dag een tekening! Elke leider zal er eentje willen. En zorg maar dat ze allemaal even mooi zijn.”
“Elke dag zo een grote tekening? En wanneer kan ik dan gaan spelen”, aarzelde Jan.
“Je bent tekenaar, je speelt niet meer buiten, heb je dat begrepen?” Jan herkende die toon van thuis.
“Maar krijg ik dan snoep?” wanhoopte hij.
“Snoep? Brutale vlegel Als er morgen geen nieuwe tekening klaarligt mag je de rest van je verblijf afwassen!” Shere Khan strekte zich in al zijn vreselijke majesteit.
Jan boog. Zijn ouders hadden hem gewaarschuwd, hij schaamde zich. En hij tekende, hij tekende met koele razernij de schone tafereeltjes van het Vlaamse land.
KARMA
7 jaar geleden

3 opmerkingen:
How can you remember all this in detail?
By the way, was there any adult or a friend that was not seriously sick in your childhood?
I'm always shocked anew reading this stuff. Maybe my question is a wish to have some relief because being a lonely boy surrounded for years in such atmosphere is beyond terrible.
At least this story quelled my wish in my own baby for a while. Now you can call me protective.
Neria,
(A teacher once told my parents that I had an elephants memory.)
Evil and suffering can be a great source of humor, even of wisdom I hope.
For the humor I totally rely on outer sourses. Luckily the two closest souls (no wonder) to me are very good equipped with it (my mother nd Noa). Now you, and I've noticed Joep Smaling does it too.
But honestly I give up evil and suffering which seem not to have an end (while my humor receptors collapse just too quick).
Een reactie posten