“Gij daar, naar buiten en vlug wat”, de priester met het rode hoofd had Jan ontdekt. De godsdienstles was begonnen, maar Jan had het vertikt om de klas te verlaten. De leerlingen keken hem na toen hij schoorvoetend het lokaal verliet om zoals voorgeschreven aan de deur in de gang te blijven staan.
De ouders van kleine Jan hadden opdracht gegeven hem buiten die les te houden, zij waren atheïst. Atheïsten willen hun kinderen overtuiging noch geloof opdringen.
Een uur lang het einde van een les afwachten, dat duurt lang, heel lang. De vermoeide knaap zocht eerst steun bij de muur en schoof toen langzaam naar een oncomfortabele hurkpositie. Het voelde koud aan in die gang. Af en toe hoorde hij een verre deur kraken. Hij zou liever bij zijn vriendjes in de les gebleven zijn. En van welke ontzaglijke geheimen zouden zij daar niet op de hoogte gesteld worden, geheimen zo krachtig dat zijn ouders hem de kennis ervan verboden. Hij dagdroomde visioenen over het ontstaan van de aarde, de verschrikkingen van de dood, de macht van de volwassenen. In zijn halve sluimer merkte hij te laat een grote schaduw op die naderbij sloop. “Blijf recht staan als je gestraft bent, luiaard!”, sprak deze nors.
Jan sprong op, wou uitleg geven, doch de man liep al door naar een vergeten bestemming. Even zuchtte de jongen, hij wist dat elke passant meende een gestrafte in hem te moeten herkennen, want gestrafte leerlingen dienden steevast aan een deur te kijk te staan.
Rumoer in de klas, het einde van de les. De deur zwaaide open, klasgenootjes drumden joelend naar buiten, de priester, bijgenaamd De Bloedworst, volgde de meute en sloot de deur. Hij keerde zich even naar de verstoteling en mompelde onverschillig,”De volgende keer dat ik je in mijn les aantref, stuur ik je door naar de directeur, begrepen, gij ongelovig stuk verdriet.”
“Maar, meester, ik wil ook gelovig worden. Wat moet ik doen om gelovig te zijn?”, Jan schrok van zijn eigen durf om een volwassene aan te spreken, al zou menigeen een zweem van wanhoop in stem ontwaard hebben.
De bloedworst fronste zijn wenkbrauwen, “Jij kunt niet gelovig worden, je ouders zijn niet gelovig. Geloof is genade, genade ons geschonken door de Heer! Geloof kun je niet verkrijgen! Wie denk je wel dat je bent?”
De luide stem van de priester verstilde de leerlingen, hij wenkte nu herderlijk zijn kudde en vervolgde minzaam, “Kinderen, ziehier een ongelovige, hij is verdoemd. Wat hij ook doet, hoe hij ook keert, hij blijft verstoken van de genade van ons Heer, voor eeuwig. Kinderen, deze verdoemde is een waarschuwing ons door god geschonken. Kinderen, vergeet het niet, er is geen hemel zonder hel. Kinderen, blijft geloven.”
Jan aanhoorde het crescendo van het sermoen. Doch langzaam verdoofden de woorden van de priester meester hem. Wat restte waren klanken zonder betekenis als gezang in een onbegrijpelijke taal. Dat vreemde lied vertrooste hem, het verwarmde zijn huid.
Boze tongen zouden later beweren dat de priester klaar kwam. Met een plotse rauwe schreeuw, zijn gezicht tot een grimas vertrokken, spoot de ontzagwekkende zwartgerokte man zijn laatste oordeel over de ongelukkige knaap: “JIJ GAAT NAAR DE HEL ! HA, Ha, ha!” De lach weergalmde in de lange holle gang, de leerlingen keken onrustig rond, Jan veegde beduusd wat speeksel van zijn gezicht.
‘Later die dag meende hij het geheim van het geloof te mogen bevatten. Gelovigen konden slechts de hemel binnen als tenminste één verdoemde eenzaam in de hel eindigde. Hij, de uitverkorene, zou naar de hel gaan opdat zijn klasgenootjes de vreugde van de hemel zouden beërven. Voorwaar een nobele taak. De liefde en kennis van volwassenen is grenzeloos, grenzeloos als de verspreiding van het geloof.
KARMA
7 jaar geleden

4 opmerkingen:
AMAZING!
The story is like always shocking but I was spellbound to it till the very end. In the middle of a stormy office your writing is like a peaceful island.
Thank you :)
It is a pleasure to write for you.
Jan, you definitely have a talent.
Margot,
Thank you, you are welcome.
Een reactie posten